
Vluchten uit de realiteit, kan dat op Moederdag? Na het herstel van mijn ziekte val ik steeds vaker in het spreekwoordelijke ‘zwarte gat’. Het voelt als een ziektebubbel waar ik in ben gevangen. Vandaag deel ik de babybubbel met Moederdag. Het voelt aan als een grauwe zee waaruit ik – gevangen in mijn grijszwarte bubbel – niet kan ontsnappen. Als een bezetene sla ik met mijn handen op de bubbel, al weet ik dat het geen enkele zin heeft.
Vriendinnen die in een roze bubbel de zee trotseren. Het licht in hun bubbel wijst hen de weg en één voor één komen ze met hun geliefde en kinderen aan wal.
Door mijn ziekte is de relatie met mijn partner ingrijpend veranderd. We zijn nog steeds heel gek op elkaar, maar door omstandigheden kwam er veel spanning in onze bubbel. Rouw, verdriet en frustraties wisselen elkaar af en het voelt alsof onze babybubbel door die spanning nu echt op knappen lijkt te staan. Teddyberen, poppen en flesjes vliegen bij juichende ouders rond in de bubbel, terwijl wij elkaar aanstaren en ons blijven afvragen: wat hebben we toch verkeerd gedaan?
Waren we er volgens het universum niet klaar voor? Niet genoeg liefde om te geven? Of niet gezond genoeg geleefd? Het vreemde is dat we – net als de rest – op hetzelfde moment van de ‘babyboot’ zijn afgesprongen. We stonden daar met een positieve zwangerschapstest in onze handen en al babysokjes in huis, alsof het allemaal vanzelf verder zou gaan, waarvoor ik mij nu nog steeds bijna verontschuldig.
Dan breekt de onvermijdelijke dag aan: Moederdag. Natuurlijk een mooie dag om stil te staan bij alle moeders en hen in het zonnetje te zetten. Zo ben ik ontzettend blij met mijn moeder, die haar Moederdagcadeau vol blijdschap in ontvangst nam.
Voor mij is het dit jaar een pijnlijkere editie. Ondanks het ‘broodje liefde’ dat mijn man met zorg voor mij bereidde, blijft de nasmaak van deze dag bitter.
Het voelt alsof ik mij in een spagaat bevind: blij zijn voor anderen én compassie hebben voor mezelf. Met man en macht probeer ik de draad weer op te pakken. Als een strijder zit ik op mijn stalen rots, met mijn blik vooruit en een trots gevoel. Toch probeer ik ondertussen alle blije vrouwen die op moeders lijken of waar kinderen omheen dartelen zoveel mogelijk te vermijden. Niet omdat ik hen iets misgun, maar omdat mijn verdriet op zulke momenten te groot voelt. Zie ik er één, dan neem ik een omweg.
Ik word er letterlijk sip van, al die vrolijke gezichten van vrouwen bij wie het wél vanzelf leek te gaan. Natuurlijk gun ik het ze van harte, maar vandaag doet het gewoon pijn.
’s Avonds krijg ik het te kwaad en komt het verdriet ineens om de hoek kijken, terwijl ik het slaapkamerkastje schoonmaak. Iets in mij zegt dat deze plek heel belangrijk voor mij is, want hierin ligt de heilige graal: de zwangerschapstest.
Misschien ben ik nog niet aangespoeld, maar ergens diep vanbinnen geloof ik dat ik niet voor altijd in deze grauwe zee zal blijven drijven.
